Short is the pain, long is the pride

IMG_3060

Marijn, Sjaak, Mark, Karin en Bram op de Manhattan Bridge.

 

Het was de kers op de taart. Na een jaar te hebben getraind, liep freelance journalist Sjaak van de Groep de TCS New York City Marathon in 4 uur 34 minuten en 3 seconden.

 

Aflevering 11: Finisher

 

Proloog:

 

De dag na de marathon was net zo fantastisch als de dag van de marathon. Een groot deel van de CliniClowns groep fietste mee richting Lower Manhattan en Brooklyn. Zigzaggend om taxi’s, voetgangers, stoppend voor al die verkeerslichten, klimmend over de Brooklyn Bridge en later fietsend door parken. Iedereen genoot met de medaille om de nek en deelde dezelfde spierpijn. Als dat niet voor broederschap zorgt?

 

Marijn Michels, Bram Som, Mark van Hoorn, Karin Tomassen en boven getekende bleven over en fietsten verder Brooklyn in en stopten op kilometer 14 van de marathonroute. Ik leerde hier dat de blauwe lijnen de ideale looplijnen zijn. Hoezo onervaren hardloper? Het was bijzonder om daar weer te staan als ook terugfietsend over de Manhattan Bridge met ondergaande zon. En toen moesten we in het donker nog terug richting 54th Street door een mierenhoop van mensen. Wat een feest!

 

’s Avonds dineerden we met hetzelfde vijftal. Marcel Scholten sloot aan. We pakten de metro richting Greenwich Village, maar door onoplettendheid kwamen we uit in Brooklyn. Weer was daar die Manhattan Bridge! In Brooklyn pakten we metro Q terug. Marcel (die achterwaarts de trap afliep) en Karin moesten behoorlijk hun best doen om de metro te halen. ,,Rennen! Rennen!”

 

Metro Q was niet de metro die we moesten hebben. We kwamen ergens boven in een wijk waar het niet al te verlicht was. ,,Dit lijkt me een wijk waar je ’s nachts om 03.00 uur wordt gevonden met alleen je onderbroek nog aan”, grapte ik. ,,Als ik mijn medaille maar mag houden.” De tegenslagen kregen ons er niet onder.

 

We vonden  uiteindelijk een restaurant waar we heerlijk aten en dronken een goed glas wijn.

 

De zoektocht naar dit restaurant stond voor mij symbool voor het leven maar ook voor de marathon. Je zult in je leven tegenslagen te verwerken krijgen. Hoe je daar op reageert, dat heb je zelf in de hand. Vecht je door, knok je voor de doelen die je je stelt en laat je niet leiden door anderen, dan kunnen er hele mooie dingen gebeuren. Niets komt je vanzelf aanwaaien.

 

Na het diner ‘beklommen’ Marcel en ik nog de Empire State Building en aanschouwden de Big Apple rond middernacht. Ik realiseerde me dat dit hardloopavontuur in New York met de CliniClowns in combinatie met de hardlooprubriek Sjaak loopt de Marathon één van de mooiste ervaringen van mijn leven is geweest. In zo’n korte tijd op zo’n intense manier een stad ontdekken met een groep gelijkgestemden, dat is een ervaring waar je lang op kunt teren.

 

De allerlaatste Sjaak loopt de Marathon.

 

Pannenkoeken. Hardloopshirt, startnummer 52849. Riem met gelletjes. Oude kleding tegen de kou, hoewel de zon uitbundig scheen tijdens die vijf fantastische dagen. Een bus dropt ons die zondagmorgen op Staten Island. Een gekke gedachte: we rennen met 55.000 hardlopers ruim 40 kilometer terug naar Central Park.

 

Ik loop richting de start en voel me ontspannen. Mijn ingetapete hamstring voelt goed. Het Amerikaanse volkslied klinkt en New York, New York’, van Frank Sinatra. Het startschot.

 

Ik klim de steile Verrazano-Narrows Bridge op. Een voorbode van het parcours. De snoeiharde, koude wind waait recht in mijn gezicht. Ik leg een hand op mijn wapperende startnummer. Dat wil ik niet verliezen. Ik kijk naar links en zie de adembenemende skyline van Manhattan. Het avontuur is begonnen.

 

Ik daal Brooklyn in. De wind is weg. Ik vertrek te snel. ‘Inhouden, inhouden’, maan ik mezelf. Overal die uitzinnige Amerikanen die renners aanmoedigen. Er klinkt muziek. Toeschouwers houden borden omhoog met grappen over Trump. Wie het laatst lacht…

 

Ik ren onder de zes minuten per kilometer. Vertraag! De eerste 15 kilometer zijn zo voorbij. Ik neem een gelletje,  een nogareep, drink water en zoete sportdrank. Teveel klaarblijkelijk. Ik krijg last van een klotsende maag.

 

Het parcours is pittig: glooiende wegen en dekselse bruggen. Ik voel mijn beenspieren sneller dan ik had gehoopt. Inhouden. De halve marathon kom ik binnen op 2 uur 15. Ik lig op schema. Dat gaat niet op voor een vrij forse kerel die knock-out ligt op de Pulaski Bridge. Politieagenten staan om hem heen. Ik hoor ambulances. Het slagveld is begonnen.

 

Een paar kilometer verder: de Queensboro bridge. Veel hardlopers wandelen. Ik weiger, beklim die rotzak en versnel First Avenue op. Al die toeschouwers. On-geloof-lijk.  De batterij van mijn pas aangeschafte horloge houdt er hier mee op, terwijl ik zeker weet dat ik die heb opgeladen. En nu? Is dit het moment om te versnellen? Honderd meter verder antwoorden mijn benen: versnellen doe je maar op een vlak stuk tijdens een andere hardloopwedstrijd.

 

Ik herken de shirtjes van twee andere CliniClowns: Mariëlle en Marloes. Ik ren kort met ze op en klets wat met ze. We hebben hier de adem nog voor en dat is een goed teken. In The Bronx zie ik een vrouw  staan met een massageroller. Ik stop, masseer mijn kuiten en hamstrings en ren verder. Het biedt verlichting. Ik zie een bord: mijl 20. Dat betekent nog 6 mijl. Hoeveel is een mijl ook al weer? Na twintig seconden: tien kilometer?? Ik ga kapot. Dit wordt een mentaal spelletje.

 

En dan zie ik de bomen van Central Park. Ik nader het park met vochtige ogen. Hier moet je nog een kilometer of vijf. Zwarte humor. Het publiek zie ik niet meer. Het is overleven. Maar het besef zegt: ik ga ‘m uitlopen. Ineens moet ik uitwijken voor hulpverleners met een brancard. Een vrouw van een jaar of zestig wordt afgevoerd met zuurstofmasker op.

 

Ik begrijp het, want zelfs Central Park is glooiend. Roxanne Machielse, een andere loper voor CliniClowns, schiet me ineens als een komeet voorbij. Ik versnel en ren achter haar aan. ,,Bedankt dat je mijn haas bent”, roep ik. De laatste 2 kilometer weet ik er nog een forse sprint uit te persen. Plotsklaps is het klaar. We krijgen een medaille. Lopers zijn blij, maar zwijgen. Iedereen is te kapot om te jubelen. Een dag later koop ik de New York Times. Van de Groep, plaats 26.543.

 

Ik stap op een krakkemikkige mountainbike om met de groep van CliniClowns door New York te fietsen met een paar gammele benen en een medaille om mijn nek, maar weet: ‘Short is the pain, long is the pride.’ Ik weet ook: revanche. Als ik zonder horloge zo’n vlakke race kan lopen, dan kan het allemaal nog sneller.

 

Twee dagen na de marathon ben ik de pijn vergeten. Op een vlak parcours en een nog betere voorbereiding zou ik op zeker een minuut of vijftien sneller kunnen lopen. Het marathonvirus heeft me te pakken.

 

Blog door: Sjaak Van de Groep